Financieel woordenboek
Begrijp de essentiële termen van krediet en financiering.
Aflossing
Geleidelijke terugbetaling van het geleende kapitaal over de looptijd van de lening.
Borgstelling
Zekerheid die door de bank wordt gevraagd om het risico van wanbetaling te dekken.
Consumentenkrediet
Lening voor goederen of diensten, exclusief vastgoed, beperkt tot € 75.000.
Hergroepering van kredieten
Samenvoeging van meerdere leningen tot één om de maandlasten te verlagen.
Hypotheek
Zekerheid op onroerend goed waarmee de bank het pand in beslag kan nemen bij wanbetaling.
JKP (Jaarlijks kostenpercentage)
Totale jaarlijkse kosten van een lening inclusief rente, verzekering en kosten.
Leencapaciteit
Maximaal bedrag dat een persoon kan lenen op basis van inkomen en lasten.
Looptijd
Totale periode waarover de lener de lening terugbetaalt.
Maandtermijn
Maandelijks bedrag bestaande uit kapitaal en rente.
Makelaar
Tussenpersoon die namens de lener de beste leningvoorwaarden onderhandelt.
Overbruggingskrediet
Kortlopende lening om een nieuw pand te kopen vóór de verkoop van het huidige.
Restschuld
Bedrag dat de lener nog moet terugbetalen.
Schuldgraad
Verhouding tussen maandelijkse schuld-terugbetalingen en netto-inkomen, doorgaans maximaal 35 %.
Vaste rente
Rentevoet die gedurende de hele looptijd gelijk blijft, voor stabiele maandlasten.
Variabele rente
Rentevoet die meebeweegt met een referentie-index en de maandlasten kan doen veranderen.
Woekertarief
Maximaal wettelijk tarief waarboven een kredietverstrekker geen lening mag toekennen.